Gepost door: theovanrijn1956 | april 11, 2015

Zonnebank

Toen er enige tijd geleden een pand in Leidschendams oudste winkelstraat kwam leeg te staan, duurde het niet lang of er werd een rouwcentrum gevestigd. Het bizarre toeval wil, dat er twee pandjes verderop een zonnestudio is gevestigd. Vaak bekruipt mij daar het gevoel dat ik op de zonnebank een beetje lig voor te garen voor de uiteindelijke crematie die twee deuren verder in het verschiet ligt.

Omdat ik in de winter altijd ruimschoots bleker ben dan ’s zomers en ik dientengevolge vorige week bijna werd verblind door de weerkaatsing van mijn eigen spiegelbeeld, besloot ik dat het tijd was voor een bezoekje aan Sunday’s. Nadat mijn werkdag erop zat, spoedde ik mij huiswaarts, warmde snel de inhoud van een bakje uit de diepvries op en zocht daarna mijn spullen bij elkaar voor twintig minuten kunstzonnig genot. Op de valreep legde ik mijn mobiele telefoon en portemonnee op tafel, schoot mijn jas aan en liet mijn huis voor wat het was.

Buiten heerste de voor een winteravond kenmerkende duisternis en omdat het ook bijpassend koud bleek te zijn, haastte ik me naar mijn auto. Ik groette een diep in zijn jas weggedoken buurman, stapte in en startte de wagen. In de wetenschap dat de afstand te kort was om de motor op temperatuur te laten komen, bevorderde ik in gedachten de antilope tot mijn favoriete dier.

Drie minuten later parkeerde ik voor de deur van Sunday’s en liep ik het pand binnen. De nepblonde, zonnebankbruine en krampachtig aan een jeugdig imago vastklampende vrouw achter de balie begroette me met de woorden: ‘Je bent nog net op tijd, want om tien uur gaan we sluiten.’ Met een blik op de klok constateerde ik dat het vijf voor half tien was en dat ik dus nog ruim voldoende tijd had voor een zonnebeurt van twintig minuten. Nadat ze het verschuldigde bedrag van mijn kaart had afgetrokken, liet ze me weten dat ik in cabine drie mocht plaatsnemen.

Ik kleedde me snel uit en stelde de timer in op twintig minuten. Daarna stapte ik op het koele oppervlak en strekte me in volle lengte uit. Terwijl ik de zonnehemel naar beneden trok, moest ik onwillekeurig aan een tosti-ijzer denken. Een blik op mijn buik bewees de ruime voorraad aan spek, maar ham en kaas bleken niet voorhanden. Al snel staakte ik elk denkwerk en doezelde heerlijk ontspannen weg. Het geluid van het openen van de deur van mijn cabine ging dan ook helemaal aan me voorbij. Dat werd anders toen ik vlak naast mijn hoofd een basstem hoorde brommen: ‘Deze is mooi afgelegd. Ik kan nauwelijks zien dat ie dood is.’ Met een schok schoot ik, meteen klaarwakker, met wijd opengesperde ogen overeind. Ik wist met moeite een vloek te onderdrukken toen mijn hoofd onzacht in aanraking kwam met de bovenkant van de zonnebank.

Toen ik even later mijn bril had opgezet, keek ik vol verbazing naar het schouwspel. Aan weerskanten van wat ik ogenblikkelijk herkende als een doodskist op een onderstel met wieltjes stonden twee in zwarte kleding gestoken en duidelijk geschrokken mannen. Omdat ook mijn neus mij niet bedroog, ving deze de onmiskenbare walm van een overdaad aan alcohol op. Beide heren waren behoorlijk aangeschoten. De bas stamelde een verontschuldiging. Beide mannen bleken een borrel – volgens mij wel wat meer dan één – van de uitvaartonderneming van twee deuren verderop te hebben gehad.
‘Toen liet onze baas ons weten dat we nog een gebalsemd lichaam moesten kisten voor een uitvaart die morgen plaatsvindt. We hebben ons echter behoorlijk in de deur vergist,’ liet de andere aangeschoten drop weten.

Even later maakten beide mannen zich – met de kist op wieltjes tussen hen in – uit de voeten. Ik vroeg ze om niet te vergeten de deur te sluiten en weg waren ze. Door de gesloten deur hoorde ik dat ze de schrik te boven waren, want met gierende uithalen lachten ze zich een weg naar de uitgang. Hoewel er voor mij nog tien netto minuten op de zonnebankklok stond, was de lust me verder volledig vergaan. Daarom schoot ik mijn kleding aan en verliet de cabine. Ik groette de vrouw achter de balie en repte me naar huis.

Sinds die avond houdt de opmerking ik kan nauwelijks zien dat ie dood is me behoorlijk bezig en ik bekijk mezelf vaker dan ooit in de spiegel om te zien of ik er écht zo slecht uitzie. De zonnebank laat ik voorlopig maar even links liggen.

Advertenties

Responses

  1. Nou… “ik kan nauwelijks zien dattie dood is”, je lag er dus nog tamelijk levenslustig bij zou ik zeggen ;-).

  2. Zo loop ik ook weleens een verkeerde deur naar binnen.
    Gelukkig ben ik ook altijd weer levend naar buiten gekomen.

    Tot nu toe dan, moet ik er eerlijkheidshalve bij zeggen.

    Vriendelijke groet,

  3. Ik heb een keer meegemaakt dat een heel dikke vrouw door de zonnebank zakte. Nee, ik verzin dit niet.
    Heel verstandig de zonnebank links te laten liggen. Een vreselijke ervaring maar het levert wel een leuk blog op.
    Groetjes Kakel


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: