Gepost door: theovanrijn1956 | februari 21, 2015

Ramptoerisme

Leidschendam doet er alles aan om het oude centrum zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor dagjesmensen en lijkt daar aardig in te slagen. Rond het sluizencomplex, waar de Vliet – een oud en nog door de Romeinen aangelegd kanaal – met behulp van twee bruggen kan worden overgestoken, ligt een aantal terrasjes. Daar is het tegenwoordig zeker in de zomer een gezellige drukte en ik haal er dan ook met enige regelmaat een ijsje bij ijssalon Fanielje.

Vorige week stapte ik net de deur van de ijssalon uit, toen mijn aandacht werd getrokken door het geluid van naderende bromfietsen. Vanuit de verte zag ik twee ouderwetse Puchs en drie Kreidlers naderen. Ik was enigszins verbaasd over de samenstelling van het assortiment aan tweewielers, want vroeger waren de berijders van de verschillende merken water en vuur. Toen ze dichtbij genoeg waren, zag ik dat de mannen niet meer de leeftijd hadden om zich uit te leven in onderlinge twisten. Ik las de gezamenlijke ouderdom van de met onvervalste ‘potjes’ getooide hoofden af en schatte die op 375.

Ter hoogte van de ijssalon loopt er een klein meisje met een ijsje in haar hand enthousiast en zonder uit te kijken naar het terras aan de overkant. De voorste bromfiets kan haar maar net aan ontwijken en van schrik laat het kind haar lekkernij uit haar handje vallen. Terwijl ze huilend naar haar vader rent, gaat de laatste bromfietser met zijn oude Puch onderuit. Het blijft voor mij onduidelijk of hij over het ijsje slipte of dat hij van de schrik zijn stuur had omgegooid, maar liggen doet hij in elk geval en hij lijkt voorlopig ook niet in staat om op te staan.

Zijn vier metgezellen zijn intussen afgestapt en staan met een bezorgde blik om de geblesseerde Puch heen. Ik haast me naar de gevallen berijder en krijg van een van zijn kompanen te horen: ‘Hij knapt vanzelf wel weer op, maar voor die Puch is duidelijk meer nodig.’ De Puchrijder ligt groggy op de grond en houdt daarbij krampachtig een sjekkie tussen zijn lippen geklemd. Om nieuwe gevaren te voorkomen, trekt ik het brandende rokertje uit zijn mond.
Als de ongelukkige weer een beetje bij zijn positieven komt, blijkt ook hij zich vooral zorgen om zijn brommer te maken. Omdat ik daarom denk dat het met hem wel mee zal vallen, probeer ik hem overeind te helpen. Zijn gekerm brengt me op andere gedachten en ik wacht daarom samen met hem op de gealarmeerde hulpdiensten.

Als de ambulance de man heeft afgevoerd, ga ik bij Fanielje het gesmolten ijsje van mijn handen vegen en ik bestel gelijk een nieuw exemplaar. In de wetenschap dat zijn maten zich om het verongelukte brommertje bekommeren, slenter ik likkend van mijn ijsje weer langzaam het oude centrum uit en loop naar huis.
Later die middag zoek ik contact met de plaatselijke vestiging van politiekorps Haaglanden en achterhaal zo het adres van het ziekenhuis waar de ongelukkige bromfietser is opgenomen.

Als is ’s avonds zijn kamer binnenstap met een inderhaast gekocht exemplaar van het oudste bromfietsblad van Nederland, Bromfiets, en een bos bloemen, zie ik het oudje in een veel te groot ziekenhuisbed en met zijn linkerbeen in een enorme stellage. Om hem heen staat een groepje jongeren waarvan ik vermoed dat het zijn kleinkinderen zijn en zijn gezicht straalt terwijl hij geanimeerd met zijn handen gebarend vertelt over zijn ongeluk. Hij heeft blijkbaar geen schade opgelopen aan zijn humeur. Ik vertel hem dat zijn Puch het naar omstandigheden goed maakt en weer ruimschoots eerder mobiel zal zijn dan hij.

Met een gerust geweten, hij heeft immers volop bezoek, houd ik het na vijf minuten alweer voor gezien. Bij het afscheid voeg ik hem nog snel even toe dat – gezien zijn leeftijd en gesteldheid – de Henri Dunant-boot voorlopig hét aangewezen vervoermiddel voor hem lijkt. De grijns die bij wijze van antwoord over zijn gezicht glijdt, verzekert mij ervan dat het verder wel goed zit met hem. Bij de deur van de kamer draai ik me nog even om en steek mijn hand op. Hij ziet het niet, want hij is alweer druk in de weer met het achtergebleven gezelschap.

Advertenties

Responses

  1. Leuk verhaal. Die Henri Dunantboot is een vondst!


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: