Gepost door: theovanrijn1956 | juli 6, 2014

Angstdroom

Als uitgeverij LetterRijn een verhalenwedstrijd organiseert, kan ik het zelf nooit laten om ook een verhaal te fabriceren. Ik vind het een uitdaging om buiten mijn eigen genre – het korte humoristische verhaal – te schrijven. Hieronder mijn poging tot een verhaal gebaseerd op de wedstrijdopdracht Insomnia, spannende verhalen tegen het slapengaan

Angstdroom

‘Wakker worden, Alex! De dienst zit erop, dus je mag thuis weer verder pitten.’ Na die hard uitgesproken woorden, schiet hoofdinspecteur Alex van Loenhout met een ruk overeind. Hij heeft de tegenwoordigheid van geest om, schijnbaar klaarwakker, te ontkennen dat hij even een moment compleet van de wereld is geweest.
‘Ik sliep niet, maar zat de zaak te overdenken,’ is zijn slappe doch adequate reactie.
‘Weet ik toch,’ reageert zijn collega. Hij voegt er nog snel aan toe ‘Je maakte natuurlijk gelijk ook een grondige studie van de binnenkant van je oogleden, altijd nuttig. Ik zie je de komende avond wel weer. Ik hoop jij mij ook!’ en grinnikend verlaat hij de recherchekamer.

Alex van Loenhout is als hoofdinspecteur verbonden aan het team moordzaken in Zandplank. Hij staat als leidinggevende al weken onder zware druk, omdat er nog geen enkele steekhoudende aanwijzing is gevonden in een zaak waarin de afgelopen periode een aantal hoertjes uit het Zandplankse leven is vermoord. Zelfs de regelmaat ontbreekt; soms gaat er een week voorbij zonder dat er iets gebeurt en dan zijn het er opeens twee in dezelfde nacht. Ook de locatie verschilt; zo zijn twee van de slachtoffers raamprostituees uit het gebied rond De Kastanjelaan, een troosteloos stukje van de Bomenbuurt waarin de toegestane prostitutie zich concentreert. De andere vijf zijn gevonden op en rond Het Oude Zuiden, een parkeerplaats voor carpoolende forensen in de Zandplankse duinen. In dit bosrijke gebied speelt zich alles zonder vergunning af. Het staat dan ook wijd en zijd bekend als favoriete afwerkplek voor heroïnehoertjes en andere minder kieskeurigen.

Met een onbestemd, ietwat treurig gevoel trekt Alex de deur van de rechercheruimte achter zich dicht en stapt door de voordeur van het bureau de zwoele nacht in. Als hij zijn auto heeft gestart, werpt hij een blik op het klokje in het dashboard. Hij ziet dat het alweer twee uur in de nacht is en bedenkt dat als er niets gebeurt hij misschien wat slaap kan inhalen. Als hij tenminste niet opnieuw al voor zonsopgang wakker zal liggen. De zaak laat hem ook in zijn slaap niet ongemoeid. Hij droomt er zelfs van en dat heeft tot gevolg dat hij elke ochtend net weer iets vermoeider opstaat dan de dag ervoor. Op de automatische piloot draait hij aan het met leer beklede stuur en rijdt dan de parkeerhaven uit om zich vervolgens tussen het weinige nachtverkeer op de doorgaande weg te voegen.

Thuis gooit hij met een brede zwaai zijn jas over een stoel. Dan schenkt hij in de keuken een glas 30-jaar oude Glenfiddich in. Zonder ijs of water, want dat vindt Alex vloeken in de kerk. Het is een van de weinige pleziertjes die hij zichzelf tegenwoordig nog toestaat; roken en zelfs seks zijn zaken waaraan hij nog slechts wat vage herinneringen bewaart. Hij mist het geen van beide. Voor het laatste is hij vaak te moe en met het eerste is hij gestopt na de succesvolle chemo. Daar heeft hij ook zijn kale kop aan te danken. Na verloop van tijd groeide het haar weer aarzelend terug. Omdat hij het haarloze wel stoer vond, hield hij het sindsdien nauwgezet bij. De whisky is van een geheel andere orde, dat genoegen ontzegt hij zich geen enkele dag. Altijd slechts één glaasje, want het is van tevoren niet bekend wanneer de plicht hem weer roept.

Een kwartiertje later weerstaat hij de aandrang om toch nog een bodempje in te schenken. Het korte moment van aarzeling maakt hem duidelijk hoe hoog de frustratie over de schijnbare onoplosbaarheid van de moorden hem zit. Tegelijk met zijn laatste slok spoelt hij een tabletje melatonine weg. Het zal hem helpen in slaap te komen en is verder, mocht hij onverhoopt worden opgeroepen, niet van invloed op zijn functioneren. Dan hijst hij zich uit zijn fauteuil en sloft naar de slaapkamer. Onderweg naar zijn bed valt het hem op, dat hij nodig moet stofzuigen. Een constatering waar hij voorlopig niets aan zal kunnen veranderen; de zaak vreet al zijn tijd en energie. Bij het uitkleden neemt hij niet de moeite om alles netjes op de stoel naast het ledikant te leggen en zijn kleding belandt op een slordig hoopje op de grond. Hij rolt zich op in zijn dekbed en slaapt vrijwel onmiddellijk. Zijn problemen bevinden zich dan ook duidelijk meer op het gebied van het doorslapen.

Kim is na een doorwaakte nacht alweer vroeg op haar vaste stek op Het Oude Zuiden. De wijkende mist dringt door de stof van haar dunne kleding heen, maar dat is de minste van haar zorgen. Ze heeft dringend geld nodig voor een shot, want de laatste roes dateert van een dik etmaal eerder. Misschien kan ze een vroege carpooler of vrachtwagenchauffeur overhalen om het met haar te doen. Daarna zou ze zo snel mogelijk haar dealer uit zijn slaap halen, om van hem het broodnodige shotje te kopen. Haar hang naar een nieuwe kick maakt dat ze minder alert is. Doordat ze met haar voeten stampt om een beetje warm te worden, ontgaat haar het geluid van de zachte voetstappen die haar van achteren naderen. De in latex gestoken handen merkt ze dan ook pas op, wanneer deze zich al om haar keel sluiten. Ze is te overrompeld om te reageren en verliest spoedig het bewustzijn. Wanneer de man het leven uit haar heeft geperst, legt hij haar teder op de grond, vouwt haar handen over de diep uitgesneden decolleté, trekt het omhoog gekropen rokje over haar bovenbenen en legt haar benen tegen elkaar. Dan fluistert hij zacht: ‘Het is voorbij. Niemand zal ooit nog misbruik van je maken.’ Hij speurt nog snel de verder verlaten parkeerplaats in het rond, alvorens hij zich van de rand van de bosschage dieper terugtrekt het bos in. Dan keert hij zich om en maakt zich in het ochtendgloren ongehaast uit de voeten.

De indringende toon naast zijn hoofd is afkomstig van zijn mobiele telefoon die daar op het nachtkastje op het beantwoorden van de oproep ligt te wachten. Het duurt even voor hij voldoende bij zijn positieven is om het geluid te kunnen plaatsen. Daarna pakt hij het ding van het kastje, drukt de groene knop in en bromt met een stem waar de slaap nog van afdruipt: ‘Van Loenhout.’

Van de andere kant van de verbinding klinkt een kort en simpel ‘Er is weer een jonge vrouw gevonden. Je wordt op Het Oude Zuiden verwacht.’ Bij die boodschap is hij meteen klaarwakker. Een blik op de wekker leert hem dat het net half acht is en dat hij weer niet langer dan een dikke vier uur heeft geslapen. In een oogwenk staat hij naast zijn bed, schudt de resten van de nachtmerrie die hem bezocht van zich af en schiet zijn kleren aan. Een douche zal hij vanavond wel pakken en het scheren kan hij best ook nog wel een keer overslaan. Vanuit de spiegel staren zijn bloeddoorlopen ogen hem aan. Met een hoofdschudden maakt hij zich los van zijn spiegelbeeld en haast zich vervolgens naar zijn auto.

Als hij even later met piepende remmen zijn wagen tot stilstand brengt, staat zijn collega Brian Michielsen al op hem te wachten. De beschermhoesjes voor zijn schoenen houdt deze uitnodigend in een uitgestoken hand. ‘Het is hem weer,’ knikt Brian met zijn hoofd in de richting van de met rood-wit lint afgezette onheilsplek. ‘Gewurgd en daarna heel kuis neergelegd. Geen sporen van seksueel geweld. Zelfde MO als bij de eerdere slachtoffers,’ voegt hij er enigszins overbodig aan toe. Terwijl Brian hem verder op de hoogte brengt, doet Alex de hoesjes om zijn schoenen en sjokt vervolgens achter zijn collega aan.

Het lichaam is nog niet afgedekt en de aanblik doet hem huiveren. Het is onmiskenbaar dezelfde dader. Zoals ze daar ligt, de armen over haar borst gevouwen en de knieën zedig tegen elkaar, is het een vredig tafereel, bijna of ze slaapt. Tenminste, als je niet naar haar hals of gezicht kijkt. De striemen en bloeduitstortingen vertellen een gruwelijker verhaal. Op haar gelaat strijden een uitdrukking van verbazing en de doodsstrijd om voorrang. Alex wendt zich tot de leider plaats delict en vraagt: ‘hoe lang is ze al dood?’
‘Volgens de forensisch-technisch onderzoeker twee à drie uur. Er is een begin van lijkstijfheid, maar de buitentemperatuur maakt een nauwkeuriger schatting moeilijk. Het is maar een inschatting, want de schouwarts zal dat natuurlijk nauwkeurig moeten vaststellen,’ antwoordt de agent met het hesje en knikt daarbij in de richting van de witte gestalte die buiten de afzetting een sigaret staat te roken.

Na een half uurtje houden Alex en Brian het voor gezien. Het heeft geen zin om langer te blijven en ze zouden met hun aanwezigheid het intussen gearriveerde forensisch team alleen maar voor de voeten lopen. Omdat ze ieder met de eigen auto zijn gekomen, rijden ze achter elkaar aan naar het bureau. Daar vullen ze de rest van de dag met het vergelijken van de eerdere moorden met die van die ochtend. Een bezigheid die slechts ten dele zinvol is, want het sporenonderzoek op de PD is nog lang niet afgerond. Bovendien is het daarna wachten op de resultaten van het NFI om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen. Daar gaat, zelfs in een grote zaak als deze, toch wel een paar dagen overheen. Tegen vijf uur die middag houden ze het voor gezien. Een beetje extra rust kan het recherchewerk immers geen kwaad doen.

Thuis merkt Alex pas goed hoe moe hij is. Het onderzoek begint langzamerhand nadrukkelijk zijn tol te eisen. Hij besluit eerst iets te eten, maar heeft niet de energie om uitgebreid te koken. Uit de koelkast tovert hij de resten van de afhaalmaaltijd van twee dagen eerder tevoorschijn en warmt het op in de magnetron. Als het belletje gaat, pakt hij het warme bord eruit, grijpt wat bestek uit de lade en loopt naar de makkelijke stoel bij de tv. Met nietsziende ogen staart hij naar de bewegende beelden op het scherm, terwijl hij met regelmaat werktuigelijk zijn gevulde vork naar zijn mond brengt. Wanneer het bord halfleeg is, is zijn honger gestild. De overgebleven helft gooit hij in de afvalemmer. Voor hij de keuken verlaat, schenkt hij een whisky in. Het is tegen zijn gewoonte in een vingertje meer. Hij beschouwt het als een vroeg slaapmutsje, want laat zal hij het vandaag zeker niet maken.

Als zijn glas leeg is, staart hij lange tijd voor zich uit. Dan vallen zijn ogen dicht en sukkelt hij in slaap. Een paar uur later wordt hij gewekt door de pijn in zijn nek. Hij is met zijn lichaam in een onmogelijke hoek weggedommeld en dat betaalt zich nu op een pijnlijke manier uit. Alex komt moeizaam overeind en strompelt slaapdronken naar de wc. Wanneer hij zijn blaas met een klaterend geluid heeft geleegd, schuifelt hij door naar de slaapkamer. Te belazerd om zich uit te kleden, laat hij zich op het bed vallen en trekt het dekbed over zich heen. Spoedig valt hij weer in een onrustige slaap.

En net als de voorgaande nachten lijken de beelden in zijn droom levensecht, net alsof hij er zelf deel van uitmaakt. Hij loopt met vastberaden tred over straat, heel doelbewust en in de wetenschap waarnaar hij onderweg is. Hij telt de rood verlichte ramen van de prostituees die zich met verveelde gezichten als koopwaar in de etalage hebben uitgestald. Het zijn er niet veel meer, want ook hier zit de werkdag er bijna op. Bij het zevende raam maakt zijn vastberadenheid plaats voor een gevoel van teleurstelling. Het rode schijnsel verlicht een verlaten stoel in de verder lege ruimte. Op het geluid van de deur die opengaat, trekt hij zich schielijk terug in het donker van het naastgelegen steegje. Met iets van voldoening ziet hij dat het een klant is, die eerst schichtig om zich heen kijkt alvorens in een aan de stoeprand geparkeerde BMW te stappen. Twee tellen later ziet hij het gordijn bewegen en neemt zijn vrouw weer plaats op haar stoel. Hij maakt zich los uit de schaduw en stapt naar het raam. Daar trekt hij de aandacht van de vrouw door met twee briefjes van vijftig euro te wapperen. Ze staat op van haar stoel en gebaart dat ze naar de deur komt.

Twee tellen later nodigt ze hem met een zwaai van haar arm binnen. ‘Wat je ook wilt, ik doe niets zonder rubber,’ laat ze haar nieuwe klant gelijk weten. Hij toont haar zijn in latex handschoenen gestoken handen en zegt: ‘Ik doe het zelf ook nooit zonder rubber,’ en grijpt haar bliksemsnel bij haar keel. Het volgende moment wordt de voordeur met geweld ingetrapt. De man wordt door twee geüniformeerde politie-agenten van zijn beoogde slachtoffer afgesleurd. Een derde man, inspecteur Brian Michielsen, knipt het ganglicht aan en kijkt naar de dader. Vervolgens roept hij verbaasd: ‘Alex, jij?’ De man tegenover hem knippert met zijn ogen en lijkt van heel ver uit een soort van trance te ontwaken.

De Telegraaf kopte de volgende ochtend misplaatst gevat: 43-jarige inspecteur A. v. L. uit Zandplaat op heterdaad gewekt.

Advertenties

Responses

  1. Héhé wat een verhaal… intrigerend stukje schrijven

  2. Prachtige sfeertekeningen en verhaalwendingen.
    Met spanning gelezen.

    Vriendelijke groet,


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: